WONEN IN ITALIË – Dorp na dorp gevaccineerd

Ik rijd omhoog naar Mombarcaro. Bij een zijweg staan twee auto's naast elkaar stil omdat de bestuurders vanuit hun open raam met elkaar zitten te praten. Ik stop ook want ik herken Franca, het kattenvrouwtje. Ik heb haar een jaar bijna niet gezien en die enkele keren dat ik haar bij Sara in de winkel trof, had ze een mondkapje voor, dat alleen haar ogen vrij liet.

Ze hangt nu vrolijk mondkaploos uit haar auto. Ze is vanmorgen gevaccineerd. "Ik heb meteen m'n mondkapje weggedaan" roept ze me overmoedig toe. "Ik herkende niemand met zo'n ding voor z'n gezicht. Hoe is het met die twee monsters van je?" Voor het eerst zie ik weer de oude Franca, haar gezicht ontspannen, ze lijkt wel tien jaar jonger.

Vandaag zijn alle 70-plussers van Mombarcaro gevaccineerd. Zelf kom ik net uit Monesiglio rijden, waar ik met een Rode Kruis-team bij een andere huisarts dan die van Mombarcaro, assisteerde bij het inenten. En zaterdag zat ik met een team in Saliceto.

De afgelopen dagen zijn alle 70-plussers van Saliceto, Camerana, Monesiglio, Gottasecca, Prunetto en Mombarcaro gevaccineerd. Tachtig- en 90-plussers waren al ingeënt. Met de prikken die hij overhoudt, nodigt hij ook nog een paar 60-plussers uit om de voorraad op te maken, vertelt de arts me. Ieder vaccin wordt gebruikt.

Vooral in Saliceto was de sfeer zaterdagmiddag bijna feestelijk. Veel oudere mensen hebben bijna een jaar lang angstig thuis gezeten. En nu komen ze voor het eerst weer onder hun dorpsgenoten. Iedereen kent elkaar.

"Ciao Beppe!" "Valeria!" En dan volgt een gesprek in Piemontees dialect.

Ik verwelkom de mensen zaterdagmiddag met zo'n pistool waarmee ik hun temperatuur moet opmeten. Maar het apparaat werkt niet goed. De temperatuur komt nooit boven de 32, 34 graden uit. Als ik erover klaag, rommelt eerst de dokter er wat aan, dan mijn collega van het Rode Kruis, maar het ding blijft de lichaamstemperatuur te laag inschatten.

Iedere keer als ik het apparaat tegen een voorhoofd zet, kijkt de betrokkene me gespannen aan. Bang voor verhoging. Ik zie weer de cijfers 33, 34 oplichten en zeg dan maar: "A posto", in orde, en verwijs ze door naar mijn collega die ze een document geeft dat ze moeten tekenen, waarin je verklaart in te stemmen met de vaccinatie.

Iedere betrokkene moet na de prik nog een kwartier blijven zitten. Dat is voor de meesten geen straf. Er klinkt geroezemoes en gelach op uit de wachtruimte. Ook de dokter houdt zich er op, tussen het inenten door, en kletst en grapt mee. Iedereen verlaat opgelucht en vrolijk het gebouw.

Buiten staat een ambulance klaar voor het geval dat....maar daar hoeft gelukkig niemand in. Thuis heb ik nog even de stabiele zij-ligging en hoe je moet reanimeren nagelezen, want je weet maar nooit, ik zit hier wel in zo'n herkenbaar rood pak.

Mijn Rode Kruis-jas draag ik over een trui en een jack heen. Ik voel me een olifantje. Het beschermt wel goed tegen de kou, want het weer is hier op dit moment echt slecht. Ijskoud en natte sneeuw...zondag lag er zelfs een pak echte sneeuw. Hier en daar stak er een zielige tulp bovenuit.

Ook overbuurman Giuglio is gevaccineerd. Ach, wat zag hij er tegenop. "Ze dwingen ons gewoon" zat hij vorige week nog te foeteren. Als ik 's middags even kom informeren hoe het is gegaan, antwoordt hij, achteloos z'n schouders ophalend: "Het stelde niks voor. Voor ik het wist, stond ik weer buiten." De volgende dag voelt ie zich nog steeds goed. Op naar de 2e dosis.



* Iedereen werd ingeënt met AstraZenica.



  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.